Veeltaligheid

"U bent een echte Belg !", zei Hugo Claus tegen Rose-Marie François, toen hij haar op een avond in Brussel de drie nationale talen onberispelijk hoorde spreken: Frans, Nederlands en Duits. Haar oorspronkekijke tweetaligheid Frans-Picardisch wordt heel vroeg versterkt doordat haar moeder haar verbiedt « dialect » te spreken. Omstreeks haar tiende levensjaar ongeveer ontdekt ze enthousiast haar eerste « echte » vreemde taal: Vlaams, in de vorm van een les of drie die ze op de lagere school krijgt. Op het lyceum leert ze Latijn en Nederlands, dan Engels, later nog Oud-Grieks en Duits, alsook, met behulp van Assimil-leerboekjes, de beginselen van Italiaans en Spaans. Studeeert Germaanse talen volgens het oude studiesysteem (college en examens in vier talen) op de Luikse universiteit, waar ze assistente wordt maar kiest uit idealisme voor het secundair onderwijs. Geeft les in het Duits en in het Nederlands. Schrijft voor haar leerlingen een « Petite grammaire raisonnée de la langue néerlandaise ».

In 1959-60 profiteert ze van de aanwezigheid van Hongaarse vluchtelingen om zich voor hun taal te interesseren, terwijl ze hen helpt Frans te leren. Halverwege de jaren 60 loopt ze twee jaar lang college Zweedse taal- en letterkunde op de Luikse universiteit. Begin jaren 80 haalt ze een certificaat Russische taal op de avondcursussen van de stad Luik.

Ze heeft een opleiding genoten in verschillende methodologieën van taalonderwijs, inclusief het onderwijs van Frans als vreemde taal volgens de Saint-Cloud-Zagreb-methode, die ze in 1969-1970 in Zweden in praktijk gebracht heeft met leerlingen van 6 tot 70 jaar. Van 1975 tot 1995 leeft ze in een dagelijkse drietaligheid: al slerares Nederlands voor Franstaligen praat ze thuis met man en kinderen Duits. īn haar zestigste levenjaar durft ze het aan om als autodidact ook nog een Baltische taal te leren : het Lets.

Gelijkberechtiging van man en vrouw

Vanaf 1971 voert ze actie in de « Luikse vrouwengroep », die zowel een bezinningsgroep is over de positie van de vrouw alsook strijdt voor de vrije verkoop van voorbehoedsmiddelen en voor het uit het strafrecht halen van abortus. Neemt deel aan feministische samenkomsten in België, Frankrijk en Nederland. Wordt met Marie Denis en Jeanne Vercheval door Simone de Beauvoir ontvangen om de grote bijeenkomst voor te bereiden die op 11 november 1972 in de Brusselse Passage 44 plaatsvindt. Doet mee aan het opstellen van « Het rode vrouwenboekje », waarin ze genderkritiek levert en met name de rolverdeling tussen de geslachten in schoolboeken voor het leren van vreemde talen aan de kaak stelt. Rose-Marie François is lid van de FERULg (Femmes Etudes Recherches Université de Liège)

Letland

« Bent u van Letse afkomst ? » « U vertaalt Letse gedichten… Heeft u Lets geleerd ? » « U reist vaak naar Letland, waar komt deze passie vandaan ? »

Het antwoord staat in mijn boeken : Répéter sa mort, Passé la Haine et d’autres fleuves, De source lointaine, Prince de Courlande, De sel et de feu…

Sinds 1984 schrijf ik nogal onbewust en sinds 1987 wat preciezer, maar voor mij toch onverstaanbaar, over «een land, dat van de kaart verdwenen is en er weldra op terug zal komen. «Courlande» heet dat land: niets dan een naam. « Courlande. Welke mond – onder de tong smelten ouderwetse zinnen – welk geheugen heeft dat woord in het mijne gelegd als de juistere naam voor heimwee?» Was «Courlande» werkelijk niets dan een naamDie van een legendarisch land, zoals Atlantide of Arcadia? Toen ik Koerland in de historische atlas vond, was ik al begonnen over die streek aan de Baltische zee te schrijven. «Gewoonlijk» , zegt Christine Pagnoulle, «schrijven auteurs over landen, die ze bezocht hebben. Jij begint met over een land te schrijven en pas daarna ga je er naar op zoek.»

Eind 1989 krijgt het manuscript van Répéter sa mort de Charles-Plisnier- prijs (België). Na de val van de Berlijnse muur zijn de Baltische staten de eerste die zich van het Sovjetblok bevrijden. Koerland komt op de kaart terug! Répéter sa mort verschijnt eerst op «Mot à Mot», e-uitgeverij van de Luike Universiteit, en eind 1997 in boekvorm bij Le Cormier, Brussel. Op de Biennale de Poésie de Liège (Luik) ontmoet ik toevallig de ‘Prins van Koerland’. Ik begin Lets te leren. In september 1999 word ik op de Poëziedagen van Riga uitgenodigd en Répéter sa mort ontvangt de Prix Louis Guillaume voor poëzie in proza (Parijs). Ik ben van plan een anthologie van Letse poëzie uit de twintigste eeuw samen te stellen en de gedichten zelf te vertalen. Ik leer intensief Lets. De roman Passé la Haine et d’autres fleuves verschijnt bij Le Fram (Luik). De tweetalige anthologie van Letse poëzie verschijnt in 2002 bij L’Arbre à Paroles (Amay).


Rose-Marie François © 2017